De camper opgehaald. Na een onduidelijke uitleg zijn we door het drukke Sydney vertrokken. Links rijden in een grote bus. Dat was erg wennen. maar het lukte ons om via Hunter Valley (met een wijnproeverij)  na zessen in Nelson Bay te komen. Waas wij nog geen rekening mee gehouden hebben is dat om vijf uur in Australie de zon ondergaat en het om half zes donker is. De camping was dan ook al dicht, maar gelukkig konden op het parkeerterrein overnachten.

De volgende dag met een boot op zoek naar dolfijnen in de baai. De dolfijnen zwommen en sprongen rond de boot. Julia en Bo vonden het erg leuk om de dolfijnen te zien.  Bo wilde ook nog haaien zien, maar die waren er “helaas” niet.

Op de camping zat een echte Koala beer hoog in de boom. Slapend (ze slapen 18 uur per dag, hebben we gehoord). Volgens Bo is dat zijn vriend. En hij vond dat de brandweer moest komen om de Cola beer (zoals hij hem noemt) uit de boom te halen, omdat hij dat blijkbaar zelf niet kan. Bij de camping lagen enorm zandduinen waarin de kinderen konden rennen en springen. Daar konden we de zonsondergang zien. Twee dagen later kwam het zand nog uit de broeken van de kinderen vallen.

Advertenties

De eerste dag van het hotel naar het Opera House gewandeld door de stad en de botanische tuinen. In de tuin werden we verrast door luid gekrijs. In de bomen bleek een colonie “flying foxes” te wonen; een kruising tussen vleermuizen, apen en eekhoorns. Het waren er duizenden. Julia en Bo vonden ze een beetje eng (en wij ook).

Op zaterdag was Jan Kees jarig. De hotelkamer was versierd met slingers en op bed kreeg hij zijn cadeaus. Van Julia en Bo kreeg hij een CD met muziek van de Cook eilanden en een poster met aboriginal kunst. Van Alie parfum, ook lokaal gemaakt op de Cook eilanden. Na de feestelijke start met de monorail door de stad. Het museum “Powerhouse” bleek een hit te zijn voor de kinderen. Dat was ons al verteld in de monorail door een Australisch koppel. We worden regelmatig aangesproken door 50ers op basis van ons “accent”; tweede generatie emigranten uit Nederland die onze gesprekken -vooral die met de kinderen- nog kunnen  verstaan en herkennen dat we uit Nederland komen.

In het museum konden Julia en Bo als twee bob de bouwers met karretjes rond rijden, speelgoedblokken in laden en huizen bouwen. Met een kraan de blokjes om hoog takelen en vervolgens weer in een soort treintjes rondrijden. Beide kinderen kregen een hesje aan en echte helm op. Die wilde Bo bij vertrek eigenlijk niet meer teruggeven, zo leuk vond hij het.

’s Avonds ter ere van de verjaardag van Jan Kees gegeten in China Town. Julia vond het raar dat je met de stokjes kon eten. Ze probeerde het wel, aangemoedigd door de Chinese ober. Bo gebruikte ze als trommelstokjes.

De laatste dag was het weer minder. Door de Rocks (de eerste wijk in Sydney) gelopen en een museum voor moderne kunst bezocht. Julia en Bo hebben gebiologeerd zitten kijken naar de videokunst. Als het maar beweegt en televisie is. In de middag mochten wij ieder apart een museum bezoeken terwijl Bo sliep en Julia met al haar “belangrijke papieren” ging spelen. Door al het reizen ziet ze dat wij vaak papieren moeten invullen, handtekeningen moeten zetten en bonnetjes krijgen. Dat speelt ze vervolgens na en zet overal letters en handtekeningen op. Het stapeltje belangrijke papieren is onder hand behoorlijk gegroeid.

Paus in Sydney

Tegelijk met onze aankomst in Sydney is ook de Paus aangekomen ter ere van de katholieke wereld jongeren dagen. Meer dan 125.000 jongeren uit het buitenland komen naar Sydney om samen met de jongeren hier een week met elkaar het katholieke geloof te beleven. Zie ook http://www.wyd2008.org/.  In de middag met duizenden mensen aan de kant van de weg gewacht om een glimp van de Paus op te vangen. Julia en Bo vonden het maar raar….Vijf helikopters boven de weg. Enorme beveiliging, overal politie.

Wat is de paus, vroeg Julia. Alleen de uitleg van een “soort sinterklaas” wilde ze accepteren. Bo wilde alleen maar snoepjes. Verder interesseerde het hem niet bovenmatig. Het leek meer op de ontvangst van een popster. Massaal gejuig steeg op uit de menigte toen de Paus in zijn Pausmobiel letterlijk voorbij scheurde.

Op dit moment lijkt het wel of er in Sydney de wereldkampioenschappen voetbal gehouden worden. Iedere bezoeker aan de Wereld Jongeren Dagen loopt met vlaggen van zijn eigen land. Op straat maken deze groepen muziek; er wordt gezongen en geklapt. Iedere bezoeker aan de Wereld Jongeren Dagen draagt dezelfde rugzak en een badge om zijn nek. Omdat ze zo massaal aanwezig waren, viel het zelfs Bo op dat ze allemaal zo’n badge hadden. Hij wilde er ook graag een hebben, zei hij in het restaurant toen we omsingeld werden door een groep Koreaanse, katholieke meisjes onder leiding van twee nonnetjes.

Op zondag is een grote mis met meer dan 500.000 mensen. In de nacht daarvoor hebben daar 200.000 mensen in de buitenlucht geslapen. In Manly hebben we Nederlandse jongeren gesproken waarom ze hier naar toe komen en wat ze ervaren. Sterk evangelisch georienteerd. Iets teveel voor ons gevoel. Maar we kunnen ons wel voorstellen dat het enorme belevenis moet zijn om met zoveel jongeren uit 170 landen bij elkaar zo open en duidelijk met je geloof bezig te zijn.

Met twee vluchten waren we acht uur later in Sydney. En de datumgrens gepasseerd. We hebben 16 juli eigenlijk niet meegemaakt. We vertrokken om vijf uur in de ochtend op zestien juli vanuit Rarotonga naar Auckland. Vier uur later was het zeven uur in de ochtend, maar dan zeventiende juli. Alie vindt het nog steeds moeilijk te begrijpen. Op de eerste vlucht heeft Bo na het smakelijk eten van zijn muffin alles vervolgens over zich zelf en Jan Kees uitgekotst. En toen moesten we daarna nog een vlucht van drie en een half uur van Auckland naar Sydney…..

We zitten nu al bijna acht dagen op de Cook eilanden. Eindelijk tijd gevonden om onze blog bij te werken. Het is zo druk …..:-) De beschikbaarheid en snelheid van internetverbindingen laat te wensen over, dat is mede de oorzaak van onze ‘vertraagde reactie”.

We zitten op het grootste eiland: Rarotonga. Het midden van het eiland bestaat uit groene bergen met een jungleachtige begroeiing. Het eiland is omringd door een koraalring. De omtrek is ongeveer 30 kilometer met eigenlijk maar 1 weg die rond het eiland vlak langst de kust loopt. Er rijden twee bussen rond. De ene met de klok mee en de andere tegen de klok in. Kan niet simpeler.

De Cook eilanden zijn prachtig. Diepblauwe lagoon, koraal, vele tropische vissen op tien stappen van ons huisje. Witte stranden met palmbomen. En nauwelijks mensen. Eigenlijk heb je het strand voor je alleen. Het weer is varierend. Van mooie blauwe luchten met een stralende zon tot de nodige regenbuien. Het eiland is niet voor niets zo groen.

Julia en Bo vermaken zich uitstekend. Al heeft het strand nu het zo makkelijk bereikbaar is nauwelijks hun interesse meer. Ze spelen net zo lief binnen in het huisje. Van winkel tot buschauffeur. En ze kunnen nu ook heel goed vliegtuigje spelen. Met alle elementen van het echte vliegen. Paspoortcontrole, tascontrole, tags aan de koffers, uitgeven van tickets. Alles doen ze na.

Naast het strand en snorkelen hebben we ook het nodige van het eiland gezien. De markt op zaterdag met alle kleurrijke eilandbewoners, de vrouwen met bloemenkransen in hun haar. En diverse tropische vruchten te koop: passiefruit, papaya (pawpaw), avocado, bananen, cocosnoten, ….. Julia en Bo waren erg onder de indruk van de bananen die aan de boom groeien hier.

Vlak bij ons huisje hebben wij een tropische tuin met de meest fraaie bloemen bezocht. Bo en Julia hebben ze allemaal op de foto gezet. Bo heeft zich inmiddels de digitale camera van Julia toegeeigend en maakt van alles (en dan bedoelen we ook echt alles!!, zoals de broek van Alie) een foto. Julia mag zo nu en dan met onze camera fotograferen (spiegelreflex) en maakt met haar vier jaar verrassend goeie foto’s.

Ook de beroemde “Island Night” meegemaakt waarin we traditioneel eten serveren uit een ondergrondse oven (Umu). En natuurlijk het dansen. Bo was helemaal onder de indruk. Hij bleef maar vragen wanneer de “meisjes gaan dansen”. Hij heeft ademloos gekeken. En hoewel er ook mannen aan het dansen waren, had hij alleen oog voor de meisjes. Julia vond de meisjes stom, want die waren veel te lief. De mannen waren stoer. Echte Maori krijgers met woeste kreten en “oorlogsdansen”.

Met een kano hebben we de kleine eilandjes binnen de koraalring bezocht. Bo met zwemvest en Julia met haar zwembandjes. Toen Jan Kees vertelde dat er zeerovers woonde op een van de eilandjes durfden ze bijna de kano niet meer uit.

Ondanks de originele ontvangst op het vliegveld, waar een zanger met ukelele instrument traditionele liedjes zong (beter bekend als Jake, zijn cd’s lagen voor een niet geringe prijs te koop op de zaterdagmarkt), zijn de mensen hier nogal stug en soms ronduit onvriendelijk. Heel anders dan in Amerika. Alleen de eigenaar van de winkel tegenover ons huisje begroet ons iedere morgen als we met de kinderen stokbrood gaan halen voor het ontbijt.

Gisteren een jungletocht gemaakt. Julia en Bo zagen overal touwen voor Mowgli (het jongetje uit Junglebook). We moesten drie riviertjes oversteken. Ook dat vonden de kinderen erg spannend. Nadat Jan Kees in het derde riviertje uitgleed met Bo op de arm en daarbij flink nat werd, zijn we maar weer terug gegaan. Daarna moesten we Julia tegenhouden, want die wilde ook graag met haar schoenen dwars door het water gaan, net als papa …

Morgenochtend vroeg gaan we door naar Sydney, waar het een magere 15 graden is (winter!). Vandaar meer.

De laatste paar dagen zijn we in Los Angeles, waar we nog de Hollywood Walk of Fame bekijken, de stoep waar namen van bekende sterren in sterren te zien zijn. Daarna rijden we door Beverly Hills op zoek naar een glimp van bekende film- of televisiesterren en zien er prachtige landhuizen. De volgende dag bezoeken we het Getty Center, mooi opgezet in een prachtig architectonisch gebouw op een heuvel en met verschillende paviljoens vol kunst. De kinderen vermaken zich in de family room, waar ze bekende schilderijen en kunst op een kindvriendelijke manier hebben toegepast. Ook bezoeken we de Santa Monica Pier, waar attracties zijn zoals een reuzerad en een achtbaan. Beetje te eng voor de kinderen. Indrukwekkend is een honderdtal kruizen in het zand naast de pier, met daarbij een kist met Amerikaanse vlag eroverheen. Het is een pleidooi van de Veterans for Peace tegen de zinloosheid van de oorlog in Irak, en ze hebben er borden bijgezet met het de actuele dodenstand (4113 Amerikaanse soldaten tot nu toe, en vele malen meer Irakezen) en een bord met de pasfoto’s van de omgekomen soldaten. Daar word je wel even stil van ..  Je merkt dat ze hier erg met de oorlog bezig zijn, zowel voor- als tegenstanders laten van zich horen. Ben benieuwd wat de nieuwe regering dit najaar in dat opzicht gaat brengen. De laatste dag stouwen we onze tassen vol, het past er haast allemaal niet meer in. En dan gaan we naar het vliegveld, op weg naar onze volgende bestemming: Cook eilanden!

We nemen afscheid van opa en oma, elk gaan we onze eigen kant op vanaf nu. Wij gaan op weg naar Disneyland bij Los Angeles, Bouke en Wil reizen verder langs de kust richting San Francisco. We hebben het heel leuk gevonden om samen te reizen, het was gezellig en vertrouwd.

Disneyland is warm en groot. We gaan op de foto met een levensgrote Minnie Mouse en Pluto, waar Bo bang voor was; we maken een ritje door het donker in een voorstelling van Pinokkio, waar Bo huilend uit kwam omdat hij bang is voor het donker. Kortom: er bekroop me wel een gevoel van waar doen we dit voor. Maar Julia had het erg naar haar zin, zij heeft er wel de goede leeftijd voor. ’s Avonds bekeken we de parade vanaf de stoep langs Main Street, waar alle bekende Disney figuren en sprookjes langskwamen op fantastische wagens. Bo keek met open mond toe, en Julia kon er maar niet over uit dat Mickey Mouse en al zijn vriendjes in een eigen land wonen. Tot slot kreeg Julia als souvenir nog een mooie piratenhoed met de geborduurde tekst Captain Julia erop, en bevestigde zo nog weereens dat zij niet van de prinsesjes is (die hoefde ze ook helemaal niet te zien in Disneyland). Bo kreeg miniatuur poppetjes van Mickey Mouse en co, en zocht daarvan Pluto uit als zijn favoriet (?!?!). Gek kind. Hij speelt al weken dat hij een hondje is, dan kruipt hij over de vloer en moeten wij hem voeren, dus wat dat betreft klopt het wel.

De dag erna was het 4 juli: feest in Amerika. Nog nooit zo rustig op de weg geweest als vandaag. In Huntington Beach, een voorstadje van LA, maken wij kennis met een aloude traditie in Amerika op 4 juli: de jaarlijkse parade. Rond 10 uur ’s morgens stond het al tjokvol langs de route, overal hadden mensen plekjes op de stoep en grasveld gereserveerd met krijt en lint (net als op Koninginnedag bij ons). Koelboxen, tassen vol eten en de klapstoelen mee. Want inmiddels weten we dat het in Amerika geen feest is zonder eten erbij, hun favoriete bezigheid. De parade bleek een langdurige aangelegenheid te zijn van een bonte stoet padvinders, legertrucks, praalwagens en vrijwilligerorganisaties. Opvallend vonden wij vooral de aanwezigheid van militairen en oudgedienden, bijvoorbeeld van Pearl Harbor (en dat waren er best nog veel), en de politiek (van lokale countymembers tot allerlei hotemetoten van de state of California). Hier weten ze hoe je politiek dicht bij de mensen moet brengen. Bo en Julia kregen allebei een Amerikaans vlaggetje van een veteraan in een rolstoel (waar wij vervolgens voor moesten betalen) en vonden alles prachtig, ze gingen direct meezwaaien met de anderen. Na een paar uur vonden wij het wel mooi geweest, we hadden genoeg gezien, vooral toen ook miss Aardbei 2008 langsgekomen was. Tijd voor een lunch bij onze favoriete tent, Subway. Wij vinden de broodjes erg lekker, en de kinderen vinden vooral het gratis zakje chips als je een menu neemt, lekker. Op een gegeven moment stond Bo aan de deur te trekken van een Subway, en toen ik vroeg wat hij wou, zei hij ” even chipjes halen” . Hij zag ons dat steeds pakken en wou dat zelf ook wel even gaan doen. Het wordt tijd dat we Amerika verlaten voordat hij tonnetje rond wordt, net als de Amerikaanse kinderen. Wat hebben we een dikke mensen gezien hier!

San Diego

Op de camping blijkt een overdekte speeltuin te zijn, hartstikke leuk voor de kinderen. Ook hier is het weer behoorlijk warm, je zou er bijna over gaan klagen. Een zwembad is er helaas niet, bij de meeste motels hadden we die wel. Met de kinderen gaan we naar de dierentuin van San Diego, bekend vanwege het feit dat het een van de oudste dierentuinen in Amerika is, en ze veel doen aan het creeren van een zo natuurlijk mogelijke omgeving van de dieren. We bezoeken een wilde dieren show en een zeeleeuwenshow. Op een leuke manier combineren ze hier spektakel met educatie. Ongemerkt leer je wat over de dieren die ze laten zien en wat hun gewoontes zijn. Bij de zeeleeuwenshow wordt vooraf een moment aandacht gevraagd voor “onze jongens in de oorlog in Irak” , waarop hard geapplaudiseerd wordt. Ik vind het prima dat ze daar positieve aandacht voor hebben, maar in combinatie met de zeeleeuwenshow in een dierentuin, dat komt ons nogal vreemd voor.

Er is ook een deel speciaal voor kinderen, waar ze dieren mogen aaien en kleinere dieren kunnen bekijken. Bo en Julia vinden de witte muizen in een kooi het leukste (!), Bo blijft er maar foto’s van nemen met de camera van Julia.

’s Avonds op de camping gaan we barbecuen met opa en oma, voor het eerst deze vakantie doen we de Amerikanen eens na. Julia en Bo mogen helpen met het vuur aansteken, wat ze heel stoer vinden. ” Mama’s en oma’s kunnen dat niet, he mama” , komt ze mij vertellen. Even vergetend dat ze zelf ook een meisje is …

Verder mogen Jan Kees en ik een dagje samen weg, opa en oma passen op de kinderen. Eindelijk weer eens ongestoord shoppen en uit eten en lekker naar de film (Indiana Jones: wat is die Harrison Ford oud geworden, zeg!).

De laatste dag brengen we door aan het strand op het eiland Coronado, met een brug verbonden aan het vasteland van San Diego. ’s Ocbtends al een beetje inpakken, omdat dit voor ons de laatste keer is dat we kamperen. De tent gaat met Bouke en Wil mee, die gaan proberen het in een tas te proppen en niet teveel overgewicht te krijgen. Er worden ook nog wat souvenirs etc meegegeven alvast, dat scheelt ons nogal in bagage. We zijn ze erg dankbaar voor hun hulp, naar huis sturen zou heel duur zijn geweest.

Rond zonsondergang rijden we door Joshua Tree Park, bekend om zijn bomen met takken die hemelwaarts gericht zijn. Prachtig gezicht, die eigenaardige contouren tegen het rode licht van de zon. Het is hier erg warm,  nog warmer dan in Death Valley. Tijdens een korte wandeling raken we bijna Wil kwijt, die even afgedwaald was en direct niet meer te horen was. Dan schrik je wel even, want het blijft een grote woestijn. Julia vond het maar rare bomen, net als oma. De volgende dag maken we een rit door het park heen om er aan de andere kant uit te komen. Het zag er in het felle daglicht weer heel anders uit, een park met vele gezichten. Kort gewandeld in een cactus tuin, maar eigenlijk is het veel te warm om de auto met airco te verlaten. Ik krijg hoofdpijn van de hitte, Jan Kees en Bo kunnen er beter tegen. Het park is aan de zuidkant nogal dor en droog, niet erg fraai. Wel zagen we op de weg naar het park toe gisteren een woestijnvosje, langs de kant van de weg.

We rijden door naar Palm Springs, een groene oase (alhoewel kunstmatig aangelegd) in de woestijn. Het contrast kan niet groter: de grasveldjes zijn zo groen dat het bijna zeer doet aan je ogen, en overal zijn fel gekleurde bloemenstruiken. Dat zal me een hoeveelheid water kosten, elke avond gaan de sprinklers aan. Wel mooi om te zien, het doet ons weer even aan Nederland denken. In Palm Springs maken we een tocht met een kabelbaan een hoge berg op, waar de temperatuur daalt tot een zeer aangename 25 graden. De ‘ tram’ draaide tijdens de tocht omhoog 360 graden rond, wat Julia nogal eng vond. Bo vond het geweldig, die wilde meelopen op het draaiende plateau. Boven heerlijk gewandeld en koffie gedronken, prachtig uitzicht op de omgeving van Palm Springs. Daarna in de auto richting San Diego.

Route 66

Nostalgisch, hilarisch, kitsch en echt door elkaar, de kleine dorpjes en uitgestrekte vlakten met vergezichten, en de vergane glorie naarmate de weg vordert: dat alles is de route 66. Zie de foto’s, wij hebben genoten!!

« Vorige paginaVolgende pagina »